Hondsroos.

Door: A. Lemmens.

2025.

Hondsroos wordt ook wel wilde roos genoemd. Hondsroos is een multivitaminen plant. De
vruchten zijn aanzienlijk superieur aan andere planten in termen van kwantitatief gehalte en verscheidenheid aan vitamines. Ze hoort bij de familie van de Rozen.

Naamgeving:
Wetenschappelijke naam: Rosa canina.
Engelse naam: Dog-rose.
Duitse naam: Hagebutte.
Franse naam: Églantier.
Het deel van de wetenschappelijke naam, Rosa, is een Latijnse naam voor Roos. Canina betekent Hond. De Grieken dachten dat deze plant Hondenbeten kon genezen.

Opmerking:
Hondsroos kent vele varianten, daarom is in 2003 de struik opgedeeld in zeven soorten.

Beschrijving:
Het is een overblijvende plant. De levensvorm is Fanerofyten, het zijn houtige planten, bomen (één hoofdstam) en struiken (meerdere stammen), die hun winterknoppen meer dan 50 centimeter boven de grond hebben. De bloeitijd ligt tussen juni en juli. Ze kunnen een hoogte bereiken van 1 tot 3 meter. De groene of soms roodachtige takken zijn meestal gebogen en soms ook recht omhoog. Op de takken groeien brede haakvormige kromme stekels. De takken hebben verticale schorsspleten. De bladeren staan verspreid en zijn vijf- of zeventallig. Als je de bladeren tussen je vingers wrijft ruik je geen appelgeur. De deelblaadjes zijn langwerpig-eirond, enkelvoudig gezaagd, hebben geen of weinige glans en vaak iets blauwachtig van kleur en kaal tot dicht behaard. Klierharen ontbreken op de tanden of met enkele slecht ontwikkelde gesteelde klieren. Aan de voet van de bladsteel vind je de beide steunblaadjes. De bladspil en de randen van de steunblaadjes zijn niet beklierd. De bloemen zijn tweeslachtig. Ze zijn 4 tot 6 cm groot en zijn zachtroze van kleur of soms wit. De vijf kroonbladen zijn langer dan de vijf kelkbladen. De korte stijlen komen zo goed als niet buiten de bloemkroon uit. De kelkbladen zijn na de bloei teruggeslagen en vallen af voor dat de vrucht rijp is. de buitenste twee kelkbladen zijn geveerd, met smalle slippen. De vele meeldraden groeien op de flesvormige bloembodem. De vruchtbeginsel bevindt zich onder de kelk- en kroonbladeren, dat noemt men onderstandig. De vrucht is een vlezige schijnvrucht. Ze zijn 1,5 tot 2 cm groot, de flesvormige bottels zijn oranjerood van kleur zonder klieren. De zaden zijn zeer kortlevend, korter dan één jaar.

Medische aspecten:
– Verhoogt de weerstand van het lichaam.
– Verzwakt de ontwikkeling van aderverkalking.
– Verhoogt de functie van de geslachtsklieren.
– Vermindert de doorlaatbaarheid en de kwetsbaarheid van de bloed haarvaten.
– Verbetert de regeneratieprocessen van zacht en botweefsel.
– Versnelt de genezing van wonden, brandwonden en bevriezing.

Werkzame stoffen:
– Suikers.
– Pectines.
– Tannines.
– Citroenzuur.
– Appelzuur.
– Andere organische zuren.
– Vitamine B.
– Vitamine C.
– Vitamine K.
– Vitamine P.
– Caroteen.
– Flavonolglucosiden.
– Kaempferol.
– Quercetine.

Voor vogels:
In de handel zijn de volgende producten te verkrijgen; olie, bloesemwater, tonicum en gedroogde bottels. We kunnen deze producten op de volgende manier gebruiken bij de vogel. De olie gebruiken we om op de poten te strijken als er kloven of wondjes zijn op de poten. Ook kunnen we de olie mengen door het baadwater, dan werkt het bevorderend voor de bevedering. Het bloesemwater kunnen we door het drinkwater mengen, vijf druppels op een liter water. Het tonicum kan door het drinkwater of door het eivoer. Tonicum, vijf druppels op één liter drinkwater, vijf druppels door één kilogram eivoer. Van de gedroogde bottels kunnen we thee trekken. Zo’n tien gram gedroogde bottels trekken op één liter kokend water. laten afkoelen en als drinkwater aan de vogels geven.