Door: A. Lemmens.
2025.
De Hazelaar is een boom of heester die van oorsprong voorkomt in Europa. Hij is familie van de Berk. De Hazelaar wordt ook gekweekt om zijn Hazelnoten. Zowel de hazelnoten als de bladeren hebben geneeskracht. De bladeren hebben de meeste medicinale werking.
Wetenschappelijke naam: Corylus avellana.
Engelse naam: Hazel.
Duitse naam: Gewöhnliche Hasel.
Franse naam: Noisetier.
Corylus is de wetenschappelijke naam komt uit het Grieks korulos wat Hazelaar betekent. Avellana in de wetenschappelijke naam betekent van Avella.

De levensduur is overblijvend. De plantenvorm is Fanerofyt: zijn houtige, overblijvende planten. De hoofdbloei ligt in januari tot en met maart. Kan een hoogte bereiken van 7 meter. De wortels bestaan uit een oppervlakkig wortelstelsel. De schors van de stam is glad en bruin van kleur en met horizontale lenticellen. Lenticellen zijn met een kurkachtige massa gevulde gaatjes in de bast van een boom of een struik. Via de lenticellen kan uitwisseling van gassen plaatsvinden tussen de onderliggende levende weefsels en de omringende lucht. De borstelig behaarde, jonge takken hebben geen eindknop. De bladeren staan verspreid, ze zijn 5 tot 12 cm groot, zijn vrijwel rond met een hartvormige voet en een toegespitste top. Vaak zijn ze ondiep gelobd en dubbel gezaagd. Meestal zijn er minder dan acht paar zijnerven. De bladeren verschijnen na de bloei. De bloemen zijn eenslachtig en eenhuizig. De bloemen komen lang voordat de bladeren komen. De 2 tot 8 cm, zelden tot 12 cm, lange mannelijke katjes groeien in groepjes van één tot vier. Ze zijn opgebouwd uit schubjes en meeldraden. De helmknoppen zijn geel van kleur. De vrouwelijke bloemen staan met één tot drie, heel soms zes, bij elkaar in de bladoksel. Tijdens de bloei steken alleen de rozerode draadvormige stempels eruit. De vruchten zijn eenzadige vruchten die ook wel dopvruchten of noten genoemd worden. De breed eivormige hazelnoten zijn bruin van kleur met een harde schaal en worden omgeven door een onregelmatig ingesneden, bekervormig omhulsel, de schutblaadjes. De twee of drie kleppen zijn tot aan de basis vrij. De randen worden overlapt. Ze zijn even lang of iets korter dan de vrucht. De zaden zijn zeer kortlevend, korter dan een jaar. Tweezaadlobbig.

Geneeskracht van het blad en schors:
Het blad is niet eetbaar. Er is een extract van te maken voor uitwendig gebruik en er is olie in de handel verkrijgbaar.
Geneeskracht van de hazelnoot:
Uitwendig gebruik:
– Tegen gezwollen ledenmaten.
– Tegen vochtophoping in weefsel.
– Tegen aderontsteking.
– Heeft een positieve werking op aders.
– Lichte verwondingen.
– Niet helende wonden.
– Vitamine B1.
– Vitamine B2.
– Vitamine B3.
– Vitamine B5.
– Vitamine B6.
– Vitamine B11.
– Vitamine C.
– Vitamine E.
– Vitamine K.
– Mangaan.
– Koper.
– Calcium.
– Ijzer.
– Magnesium.
– Fosfor.
– Zink.
– Linozuur.

– Flavonoïden: Myricetine en Proanthocyaniden.
– Looistoffen: Tanninen.
– Etherische olie.
– Palmitinezuur.
– Paraffine.
– Betasitosterol.
– Taraxerol.
– Saccharose.
In de handel zijn drie producten van Hazelaar of producten op basis van Hazelaar te verkrijgen. Dit zijn tinctuur, olie en noten. Mijn ervaring is dat de vogels de noten graag opnemen. De andere producten zijn hoofdzakelijk te gebruiken bij de vogels uitwendig. De hazelnoten moeten zonder schil gemalen worden. De gemalen noten kunnen dan door het eivoer gemengd worden. We verstrekken ze één of twee maal per week aan de vogels.
