Door: A. Lemmens.
2025.
Eierschalen beschermen alle ingrediënten om te komen tot een levensvatbaar jonge vogel. Hieruit blijkt wel hoe belangrijk de kwaliteit moet zijn van de eierschaal. Daarnaast beschermt de eischaal ook het embryo tegen invloeden van buitenaf. Eigenlijk is het proces dat zich afspeelt in het ei buitengewoon. De schaal van een vogelei bestaat uit kalk. Deze kalk heeft de wetenschappelijk naam calciumcarbonaat met het symbool CaC03.
Calciumcarbonaat heeft een calciumgehalte van ongeveer 35%. Om de eischaal van een ei te kunnen vormen is calcium nodig. Deze calcium moet de vogel opnemen via de voeding. In de pootbeenderen, de holtes hiervan, bevindt zich een kleine hoeveelheid calcium die voor de vorming van de eischaal gebruikt kan worden. Deze hoeveelheid aan calcium is te gering voor de vorming van meerdere eieren. Efficiënt zou het niet zijn dat de vogel om het hele jaar door deze grote hoeveelheid calcium moet meeslepen. Het zou een te grote ballast zijn bij het vliegen. Daarom gaan de poppen vlak voor de tijd dat de eieren gevormd moeten worden in haar lichaam op zoek naar calciumbronnen. Ze doen dit zeer bewust, dat zit in haar DNA opgesloten.
Calciumbronnen kleuren wit, naar deze witte bronnen gaat ze dan ook op zoek. De beste calciumbronnen zijn: slakkenhuisjes, kalksteentjes, schelpen en botjes. Andere voeding zoals plantaardig, zaden, vruchten, bessen, bladknoppen enz. en dierlijke voeding, insecten, larven, wormen hebben zeer lage gehalten aan calcium. Zonder extra opname van calcium is het de vogels onmogelijk om goede eischalen te kunnen vormen. Ze zullen dus op zoek moeten gaan naar deze extra calciumbronnen in hun voeding. Er zijn berekeningen te maken om na te gaan wat de behoefte is aan calcium voor de vorming van eischalen. Voor pluimvee is dat algemeen bekend. Voor koolmezen is dat onderzocht door het Nederlands instituut voor Oecologisch Onderzoek.
Onze vogels, in een beschermd milieu, moeten we extra calcium geven. Hiervoor geven we onze vogels grit, gemalen gebrande schelpen, sepia, de rugplaat van inktvissen of eierschalen. Het is natuurlijk belangrijk dat de vogels deze calciumbronnen ook kunnen opnemen. Vogels met een kleine snavel, bijvoorbeeld Yarrelsijs, is het afbreken van kleine stukjes kalk van de sepia en grit vaak een probleem. We moeten deze vogels deze kalkbronnen zo aanbieden dat ze kunnen opnemen. Zowel de sepia, grit als de eierschalen kunnen we verkleinen met een hamer. Zorg er altijd voor dat de sepia en de grit schoon zijn, ze mogen geen ziektekiemen bevatten.
Willen we eischaal gaan geven aan de vogels, dan moeten we beide vliezen uit de eischaal verwijderen voordat we de eischaal gaan verkleinen. Op de vliezen kunnen micro-organismen zoals bacteriën. Deze kunnen zich door hogere omgevingstemperatuur snel vermeerderen waardoor ze een gevaar voor de vogels kunnen zijn. Het is ook goed om na het verwijderen van de eischaalvliezen de eischaal te verhitten in een open vuur, bijvoorbeeld een gasvlam. Met een pincet de eischaal in het vuur houden zowel aan de buitenkant als binnenkant van de eischaal. Dit ook weer om bacteriën te doden die op de eischaal zouden kunnen zitten.
Sepia heeft een harde en zachte kant. Zorg er altijd voor dat de zachte kant van de sepia zo hangt dat de vogels er bij kunnen. Sepia kan verontreinigd zijn met schadelijke stoffen voor de vogels. Dat ze verontreinigd zijn is vaak niet te zien. Geef nooit sepia als die verkleurd is of als er een vreemde geurtje aan zit. De verontreiniging van de sepia is vaak met niet water oplosbare verontreiniging. Dus spoelen met kraanwater heeft geen zin. Verontreinigingen kunnen alleen vast gesteld worden door chemische analyse. De kwaliteit van sepia wordt niet altijd gegarandeerd, daarom blijft het risico om het aan de vogels te verstrekken.
Goed opfokvoer geeft de vogels voldoende aan calcium. We zullen er wel op moeten letten dat de vogels het opfokvoer voldoende opnemen. Ook moet er goed opgelet worden of de oudere vogels de jongen het opfokvoer geven. Desondanks is het toch verstandig om extra calcium aan de vogels te verstrekken. De vogels bepalen dan zelf of ze extra calcium nodig hebben.
