Zwartborstsijs | Filip Moentjens

Door Filip Moentjens – 05 april 2009

Zwartborstsijs
Klasse : Aves (vogels) | Orde : Passeriformes (zangvogels) | Familie : Fringillidae (vinkachtigen)
Geslacht : Carduelis | Soort : Carduelis Notata (Du Bus de Gisignies – 1847)
Ondersoorten : Carduelis notata notata | Carduelis notata forreri | Carduelis notata oleace
Engels : Black-headed siskin | Duits : Schwarzbrustzeisig

Inleiding
Na de geslaagde kweek met de kapoetsensijs en de geelbuiksijs van vorige kweekseizoen, leek me het moment gekomen om me eens te wagen aan de kweek van een nieuwe soort binnen de familie van de Amerikaanse sijzen. Al geruime tijd zat daarbij de zwartborstsijs in mijn gedachten. Na een paar gesprekken met kwekers bleek dit niet het gemakkelijkste vogeltje te zijn om te kweken doch dat alleen al leek me een reden om de uitdaging aan te gaan. Zo kreeg ik de mogelijkheid jonge zwartborstsijzen aan te kopen bij een kweker in Nederland die op dat moment ging stoppen met de vogelsport. Na een lange autorit werd ik de gelukkige eigenaar van een jong kweekkoppel en 2 jonge vogels waarvan ik nog niet zeker wist of het om een man en pop ging. Daar het echter om erg mooie exemplaren ging en daar ze niet verwant waren aan het kweekkoppel, heb ik niet getwijfeld de 2 vogeltjes mede aan te schaffen.

Beschrijving
De zwartborstsijs is met een lengte van 10 tot 12 cm een vrij kleine sijs. Kenmerkend voor deze vogel is de zwarte kleur van de kop die zich verder uitstrekt tot het centrum van de borst. In bijlage vindt u een foto van een man evenals van een zelf gekweekt jong van 3 weken oud. Bij deze laatste is, zoals u kan merken, nog geen zwarte kleur op de kop aanwezig. De pop is qua uiterlijk vrijwel identiek aan de man. Als we de literatuur er op naslaan zou bij de pop de gele kleur iets minder uitgesproken zijn. Het lijkt me echter helemaal niet evident om enkel op zicht een juiste diagnose te stellen. Zo werd mij na verloop van tijd duidelijk dat de 2 aangekochte jonge vogels mannen waren en geen man en pop zoals oorspronkelijk gewenst. Een ervaren kweker kan zich dus ook wel eens vergissen.

Biotoop
De zwartborstsijs is een typische sijs uit midden America. Zijn leefgebied strekt zich uit van centraal Mexico tot Nicaragua. Hij is terug te vinden in wouden op hoger gelegen gebieden, meestal tussen 1000m en 2750m. Buiten het kweekseizoen kan je ze echter ook aantreffen in het lager gelegen regenwoud en wel in groepen tot 200 vogels. Tijdens het kweekseizoen bewegen ze zich voort per koppel of zeker in veel kleinere aantallen. Vogels die in het noorden van hun woongebied broeden zullen tijdens de wintermaanden zuidwaarts trekken.

Kweekverslag 2009
Bij aankomst werden de vogels gehuisvest in kweekboxen van 80(B)x50(H)x40(D). Dit zijn de kooien waar ik vrijwel al mijn Amerikaanse sijzen in kweek. De verlichtingsduur in de kweekruimte stond op dat moment op 11,5 uur. Vanaf midden december 2008 werd deze langzaam opgedreven naar 15u à rato van 30 minuten per week. Het koppel, tot op dat moment gescheiden van elkaar, werd begin januari 2009 samengebracht in een andere kweekbox met dezelfde afmetingen. Al gauw werd duidelijk dat deze sijs, zeker tijdens de kweekperiode, niet thuis hoort in kooien van deze grootte. Ook al blijft het een kleine sijs, het jagen van de man is te heftig en de pop krijgt in kooien met deze afmetingen te weinig ruimte om de man te ontwijken. Daarom werd het koppel, evenals de 2 mannen, verplaatst naar 2 vluchten met iets grotere afmetingen nl. 100(B) x 100(H) x 50(D). Na alles een beetje van dichtbij aanschouwd te hebben, leek deze ruimte zeker te voldoen. Al vrij vlug na het samenbrengen werd begonnen met de bouw van een nest. Hiervoor werd gebruik gemaakt van een metalen kanarienestje met daarin een nestmatje. Als nestmateriaal kreeg de pop enkels sisal ter beschikking. Uit ervaring weet ik dat dit meestal voldoende is voor Amerikaanse sijzen om het nest op te maken. Aan de nestbouw werd zeker de nodige aandacht besteed. Het werd een mooi afgewerkt geheel waarin op 13 januari het eerste eitje werd gelegd. In totaal kwamen er 4 eitjes welke, na het dagelijks rapen, op 16 januari werden teruggeplaatst. De man, die in den beginnen zo heftig tekeer ging, kwam de pop nu regelmatig op het nest voeden. Ik heb gedurende de volledige kweek de man bij de pop gelaten, iets wat ik bij de andere sijzen niet steeds doe. Hier leek het uiteindelijk geen probleem te vormen. 2 van de 4 eitjes bleken er bevrucht en op 28 en 29 januari lagen er 2 jonge vogeltjes in de nest. Deze jongen werden vooral gevoed door de pop ook al sprong de man, vooral wanneer ze op 13 februari uitgevlogen waren, regelmatig bij. De jongen bleven een 3-tal weken bij het ouderpaar. Nadien werden ze uitgevangen en in een aparte kooi gezet. Vrij vlug na het uitvliegen werd met een 2de nestje begonnen. Op 21 februari werd terug een eitje gelegd, het eerste in een rij van 3. Deze eitjes werden eveneens geraapt en op 24 februari in het nieuwe nest gelegd. Hier leken er terug 2 van bevrucht en op 8 maart zagen de verwachte 2 jongen het levenslicht. Het uitvliegen gebeurde op 24 maart. Zodoende had ik van één koppel toch al 4 jongen op stok. Op het moment dat ik dit artikel schrijf, is het koppel aan een derde ronde begonnen. De pop heeft momenteel al 3 eitjes gelegd en, ook al zijn we reeds heel tevreden met het bekomen resultaat, de kweek met deze sijs zou helemaal geslaagd zijn mochten ook tijdens deze ronde nog jongen volgen. Wat ik nog wil meegegeven is dat de jongen geringd werden met een diameter van 2,5mm en dit op de 5de dag na uitkomen. De ringen werden, zoals ik ook bij de andere sijzen doe, met tape afgeplakt. Ik heb geen enkele intentie gezien van de pop om de ring uit de nest te verwijderen.

Voeding en verzorging
Voor wat voeding en verzorging betreft, wijk ik niet af van deze bij mijn andere sijzen. De vogels krijgen het hele jaar door een goede zaadmengeling en aangekocht eivoer welke wordt aangevuld met kiemzaad. Om praktische redenen wordt deze laatste ’s morgens verstrekt daar waar de zaadmengeling ’s avonds wordt aangevuld. Daarnaast hebben de vogels het ganse jaar door pellets ter beschikking. Deze worden niet door alle vogels even veelvuldig gegeten doch als aanvullend voer ben ik er zeker voorstander van. Een paar maal per week krijgen de vogels ook een klein deel “mariadistel” ter beschikking. De zaden van deze plant worden gemalen en in een klein potje ter beschikking gesteld. Dit onkruid heeft niet alleen een heilzame werking op de lever, de sijzen zijn er eveneens verzot op.

Op regelmatige basis wordt eveneens trosgierst verstrekt. De belangrijkste reden hiervan is dat het de vogels de nodige bezigheid verstrekt in de toch al niet te grote kweekruimte waarover ze beschikken. Een waterbakje met badzout wordt niet dagelijks voorzien toch wel op vrij regelmatige basis. Er zijn weinig sijzen die er, korte tijd na het verstrekken er van, nog geen gebruik van hebben gemaakt. Alle vogels worden medicatievrij opgekweekt. Ik probeer dit zo te houden door het blijven hanteren van een goede hygiëne in de kweekruimte. De laden van alle kweekboxen worden wekelijks gereinigd. Hierbij wordt geen verschil gemaakt of we ons binnen of buiten het kweekseizoen bevinden. Ik hou me dan ook wel beperkt tot een 10-tal kweekboxen. Het houden en kweken van vogels is voor mij een hobby waarbij het grote aantal jongen zeker niet wordt nagestreefd. Het kweekseizoen loopt bij mij af tegen ten laatste eind mei. In de naloop ervan kunnen we dan genieten van de opgroeiende gekweekte jongen.

zwartborstsijs 3 weken

Conclusie
De kweek met de zwartborstsijs was op zijn minst gezegd een unieke ervaring. Het is een heel levendige en leuke sijs om te volgen. De zang is vrijwel de mooiste (en luidste) van alle sijzen die ik tot op heden in mijn bezit had. Naast de rustige geelbuiksijs, heb ik nu kunnen kennismaken met de veel levendiger zwartborstsijs. De lange rit en de aanschaf er van was achteraf gezien dus zeker de moeite waard! Ook hier hoop ik dat we dit vogeltje binnen onze avicultuur zullen kunnen behouden. Laat er ons m.a.w. zorg voor dragen zodat we er binnen een aantal jaren nog steeds kunnen van genieten binnen onze contreien. Voor bijkomende inlichtingen kan u terecht bij de werkgroep voor Amerikaanse sijzen (WAS) of bij mijzelf :

  • telefoon : 0474 – 537 860
  • mail : filip.moentjens@skynet.be
  • Referenties

  • Finches & sparrows (Peter Clement, Alan Harris and John Davis)
  • Werkgroep Amerikaanse sijzen (WAS)
  • Wikipedia