Tastzintuig van vogels.

Door: A. Lemmens.
2017.

Het tastzintuig bij vogels is in meerdere opzichten belangrijk in het functioneren van de vogel. Bijvoorbeeld in het zoeken naar de benodigde voeding en bij de voortplanting, zijn twee momenten waarin het tastzintuig nodig is. meer voorbeelden hiervan belicht ik in dit artikel. Globaal genomen werkt het tastzintuig door samenwerking van tastreceptoren en zenuwuiteinden die de hersenen opdracht geven om de handeling te verrichten.

Het tastzintuig bij vogels heeft meerdere functies.
De snavel van vogels bestaat uit hoorn. Je kunt je haast niet voorstellen dat dit lichaamsdeel een belangrijk tastzintuig kan zijn. Hoorn is toch niet gevoelig ben je al gauw geneigd te denken. Zeer kleine puntjes in de verschillende delen van de snavel en tong zijn tastreceptoren. Deze puntjes zitten vol cellen en bevinden zich in de boven- en ondersnavel en in de tong. Deze cellen zijn gevoelig voor aanraking met iets. Het eerste waar je aan denkt bij betasting is de aanraking van de huid. Voor vogels gaat de betasting via de snavel aan de bevedering naar de tastreceptoren. Zowel door de man als bij de pop wordt met de snavel gekroeld in de hals bevedering. Dit is een manier voor de vogels om aan te geven dat ze elkaar mogen. Hier speelt het tastzintuig weer een rol. De veren staan in contact met de huid. In de huid zitten de tastreceptoren die de aanraking doorgeven aan de hersenen via zenuwuiteinden. Ook bij de bevruchting spelen de tastreceptoren een bepalende rol. Vindt de bevruchting plaats of niet. De tastreceptoren die hierbij van belang zijn bevinden zich in de rand van de cloaca bij de pop en in de penis van de man. Of de mannelijke vogel een penis heeft, daarover zijn de meningen verdeeld. De ene bioloog zegt dat zowel de pop als de man het geslachtsorgaan cloaca hebben. De man drukt zijn cloaca tegen de cloaca van de pop en bevrucht. Andere biologen zeggen dat de mannelijke vogel wel een penis heeft. Als de man zijn cloaca tegen de pop haar cloaca drukt ontstaat er een uitstulping van de mannelijke cloaca die betiteld kan worden als een penis. Gezien de lichaamsbouw van de vogel kunnen de vogels niet zien of ze de goede plek hebben gevonden om de bevruchting een succes te laten zijn. Dit gebeurt op het gevoel, waarbij de tastreceptoren de leidraad zijn. Een dag of drie voordat er eieren zijn ontstaat bij de pop de broedplek, een kale huidvlek op de onderbuik net boven de poten. De bloedtoevoer wordt verhoogd in de broedplek om de eieren beter te kunnen verwarmen. Door de gevoeligheid van de broedplek bepaalt de pop hoeveel eieren ze wil leggen. Een vogelsoort legt meestal bijvoorbeeld 4 of 5 eieren per legsel. Worden er eieren weg gehaald, dan blijft de pop eieren leggen. Ze wil het legsel compleet maken. Dit blijven doorleggen wordt ook bepaald door de gevoeligheid van de broedplek. Via de tastreceptoren in de broedplek krijgen de hersenen het signaal om te stoppen met de aanmaak van hormonen die er voor zorgen dan een legsel compleet is. Is het legsel niet compleet, dan blijven er hormonen aangemaakt worden. Is het broedsel compleet, dan begint het broedproces. Bij het broeden is het van belang dat de temperatuur op de juiste hoogte gehouden wordt, anders verloopt de ontwikkeling van het embryo niet normaal. De temperatuur van de eieren hoeft niet constant te zijn, hij mag niet te hoog of te laag worden. Een te lage temperatuur voor een korte periode, de pop moet kunnen eten en of zich te ontlasten, kan het embryo hebben. Een te hoge temperatuur kan het embryo niet hebben, dan wordt het embryo beschadigd. De temperatuur ligt in het broedproces bij de meeste vogels tussen de 30 en 38 graden Celsius. De pop reguleert de temperatuur van de eieren door de aanraking van de broedplek met de eieren door de temperatuur te verlagen of te verhogen. Dus ook hier speelt de aanraking van de tastreceptoren een belangrijke rol. De broedplek lijkt een gewone kale plek huid. Het tegendeel is waar, de broedplek is een zeer gevoelig orgaan dat heel veel kan. Het regelt de temperatuur van de eieren, door het contact van de eieren met de broedplek. Hierdoor komt prolactine vrij, een door de hypofyse, hersenen deel, aangemaakt hormoon. Dit hormoon zorgt er voor dat de vogel blijft broeden. Nog een andere handeling van vogels waarbij de tastreceptoren een rol spelen is de aanraking van jonge vogels in het nest met de pop en omgekeerd. De eerste dagen kunnen de jonge vogels nog niet zien. Door de aanraking van de kale broedplek van de pop en de kale jongen in het nest is de band tussen pop en jongen intensiever. De drang van de pop om de jongen te voeren wordt hierdoor gestimuleerd.

Vogels eten met hun snavel, dat is een opendeur. Ook de snavel is een tastorgaan ondanks het hoorn waaruit de snavel bestaat. Door de kleine tastreceptoren in de snavel kunnen de vogels op de tast hun voedsel vinden dat ze nodig hebben om hun lichaam te laten functioneren. Zaadeters pellen hun zaad op de tast om het kaf van het eetbaar deel van het zaad te kunnen bemachtigen. Weidevogels gaan met hun snavel in de grond om op de tast pieren of andere in de grond levende insecten te kunnen verorberen. Hierbij speelt het tastzintuig een essentiële rol. Er zijn twee soorten receptoren de grootste en de kleinste. De grootste receptoren die Herbst-lichaampjes (Emil Friedrich Gustav Herbst, 1848) heten, zijn gevoelig voor druk. De kleinste receptoren heten Grandry-lichaampjes (M. Grandry, 1869) en zijn gevoelig voor beweging. Van beide receptoren bevinden zich grote aantallen in de punt van de snavel, in het gehemelte en de tong. Heeft een vogel eenmaal iets in zijn bek, dan kan hij niet meer zien wat het is of wat hij er mee kan of moet doen. Hij moet zich volledig verlaten op zijn tastreceptoren om te weten of het eetbaar is of niet. De snavel van een vogel is erg gevoelig zoals we gezien hebben. Maar hoe zit dat dan met de snavel van een specht die hakt in het hout van een boom om aan voedsel te komen of om een nestholte te maken. Dat moet dan toch pijn doen als de snavel zo gevoelig is. Je kunt dat vergelijken met onze handen. Als we een vuist maken is de hand een geducht wapen. Maar de geopende hand is een instrument waar we delicate taken mee kunnen verrichten. Uiteenlopende soorten tastreceptoren zijn gevoelig voor druk, beweging, trillingen, textuur en pijn. Ze zien allemaal anders uit als je ze bekijkt onder een microscoop. Ook zijn ze verschillend verdeeld over het lichaam. Net als bij ons, we hebben meer tastreceptoren in onze vingertoppen dan op onze handrug. Bij vogels zitten er meer tastreceptoren in de bek dan in hun poten. De specht heeft minder tastreceptoren in de punt van de snavel waardoor hij geen last heeft van het gehamer in het hout. Er zijn ook andere vogels die wel weer meer tastreceptoren in hun poten hebben zoals de roofvogels. En dat heeft weer te maken met het grijpen van prooien. Ze moeten goed kunnen aanvoelen hoe en waar ze een prooi het beste kunnen grijpen. Ze doden de prooi met hun klauwen. De gevoeligheid van aanraking (allopreening wordt dat genoemd) wordt alleen veroorzaakt door de Herbst-lichaampjes. Bij het manipuleren van voedsel in de bek wordt dit gestuurd door diverse tastreceptoren die de prikkels door geven aan de zenuwuiteinden. Het kroelen van vogels onder elkaar ( allopreening) heeft niet alleen de reden om de band onderling te versterken. De andere reden is hygiëne. Het verwijderen van vuil en parasieten op plekken in de bevedering waar de vogel zelf niet bij kan. Deels uit zelfbehoud dus. Parasieten kunnen overgedragen worden op je zelf, maar ook kunnen de nakomelingen belaagd worden waardoor de overdracht van genen te niet gedaan kan worden. Bij veel vogelkoppels komt aanraking (allopreening) ook voor na stressvolle situaties. Het gebeurt dan om elkaar gerust te stellen. Dit heeft men kunnen vaststellen door bij vogels in deze situatie het stresshormoon corticosteron te meten. De veren van een vogel spelen bij de tastreceptoren, aanraking, een belangrijke rol. Er zijn 3 soorten veren die bij de aanraking een functie hebben. De talrijkste, de duidelijkste en zichtbaarste zijn de contourveren. Hiertoe behoren de lange en sterke vleugel- en staartveren, maar ook de korte veren die het lichaam bedekken en de snorhaarveren rond de snavel. Onder de contourveren zitten de donsveren tegen het lichaam aan. deze donsveren dienen als isolatie tegen kou. De derde soort veren die hierbij een rol spelen zijn de haarveren. Dit zijn heel dunne veren die spaarzaam over het lichaam verdeeld zijn. Haarveren hebben een schacht met soms een pluimpje baarden aan het uiteinde. Net als de donsveren liggen ze meestal onder de contourveren. Bij een aantal vogelsoorten komen de haarveren door de contourveren heen. Haarveren geven trillingen door aan de tastreceptoren in de huid. Deze trillingen gebruiken de vogels als teken dat ze hun veren moeten rangschikken. Indirect zijn de haarveren een belangrijke factor bij de balts. Een vogel die zijn veren niet goed verzorgt heeft, zal niet snel een partner vinden. Maar ook in de balts het opzetten van de kuif, spreiden van de staart klapperen met de vleugels enz. worden aangestuurd door de haarveren via de trillingen naar de tastreceptoren naar de hersenen. Tevens spelen haarveren een belangrijke rol bij het kroelen (allopreening). Zowel de haarveren als de contourveren worden bij het kroelen aangeraakt. Bij een aantal vogels, die insecten vangen, is nog een verenstructuur die functioneert via de tastreceptoren. Deze vogels hebben rond hun snavel stijve borstelachtige haren, de snorhaarveren. Het zijn omgevormde contourveren. Deze haren helpen de vogels bij het vangen van insecten. Verder zijn deze haren van belang voor vogels die bijvoorbeeld broeden in donkere holen. Hier helpen deze haren bij het oriënteren in het donker, een soort van voelsprieten. Waadvogels zoals de strandlopers hebben in de punt van de snavel een orgaan waarmee ze prooidieren in de modder of zand kunnen waarnemen. Dit orgaantje neemt trillingen en drukverschillen in de modder of zand waar als ze met hun snavel in de buurt komen van een worm of schelpdier.
Vogels zoals specht en draaihals hebben een verlengde tong waarmee ze voedseldieren bemachtigen. Ook hierbij speelt het tastzintuig een rol. De tong van een specht is aan het uiteindebenig en bedekt met schubben van hoorn. Ook bezit de tong haakjes die naar achter gericht zijn. Met het benige deel van de tong, dacht men eerst dat het gebruikt werd om insecten en larven te doorboren, uit verder onderzoek is gebleken dat dat niet zo is, kan de specht insecten uit het hout halen. De haakjes hebben de functie om de insecten vast te kunnen houden wat niet mogelijk zou zijn als er geen haakjes aanwezig zouden zijn. Met alleen maar het benige deel van de tong zou het vast houden van de insecten een stuk moeilijker zijn. Verder is de tong kleverig door een vloeistof die door twee openingen aan de tong wordt uitgescheiden. De spechten hebben in hoofdzaak als prooidieren insectenlarven en hun poppen met uitzondering van de groene specht, want die leeft in hoofdzaak van mieren. Waarbij de kleverige tong een handig instrument is om de mieren te bemachtigen. Door de tastreceptoren die op de tong zitten weet de specht meteen als hij zijn tong in een boomschorsspleet steekt of hij een larve of een pop te pakken heeft en of ze eetbaar is. de kleverige tong en de haakjes werken samen om de insectenlarve of poppen te kunnen bemachtigen. Over het algemeen wordt de benige tongpunt niet ingezet bij het bemachtigen van hun voedsel. Waar die benige punt van de tong voor dient is nog niet duidelijk.

Het moge duidelijk zijn dat het tastzintuig een zeer belangrijke rol speelt in het leven van alle vogels soorten. Voor ons, kwekers van vogels, wordt weer voor de zoveelste keer duidelijk hoe complex en uniek de levensvorm vogel is. Het is een goede zaak om er steeds rekening me te houden.

Referentie:
Oorspronkelijke titel: Bird sense. What it’s like to be a Bird.
Schrijver: Tim Birdhead.

Nederlandse titel: Zintuigen van vogels.
Vertaald door: Pon Ruiter.
Uitgever Nederlandse vertaling: De bezige bij.
ISBN: 978 90 234 7724 2