Optische signaalwerking

Optische signaalwerking van kleurige bessen en vruchten op vogels.

Door: Hans Egidius. †

Met toestemming overgenomen uit Gefiederte Welt januari 2013.

Vertaald door: A. Lemmens. (A.L.)

Wetenswaardigheden over bessen vruchten, vitaminen, mineralen en sporenelementen. Volgens wetenschappelijk inzicht is de verscheidenheid in bouw en functies van de vogelogen aangepast aan de diverse levensvoorwaarden van de individuele vogelsoorten. Dientengevolge wordt het zichtvermogen bij de vogels door de volgende factoren bepaald: de plaats van de ogen in de kop, de bewegelijkheid van de ogen, de vorm van de ogen, aantal en soort van de zogenaamde fotoreceptoren (kegeltjes en staafjes in het binnenste van de ogen) en de daarmee verbonden zenuwcellen en de verbindingen daarvan naar de hersenen van de vogels. In het kader van de evolutie zijn de kijkorganen steeds verder ontwikkeld zodat het kijkspectrum en het kleurenonderscheidingsvermogen bij de vogels bijzonder goed zich ontwikkelde. Daar alle vogelogen vier kegeltype bezitten en bovendien in het ultravioletlichtbereik ook als kleurenfilter dienen, kunnen de vogels bijzonder goed kleurige bessen en vruchten herkennen. Daarentegen beschikt de mens maar over drie en de meeste zoogdieren maar over twee fotoreceptoren.

optischewerkingg

Kleurenspectrum bij bessen en vruchten:
In de plantenwereld zijn er rode, gele, groene, blauwe, witte en zwart gekleurde bessen en vruchten met vele daar tussenliggende kleurenvarianten, die door de verschillende vogelsoorten (kippen, duiven en zangvogels) in de late zomer, herfst en winterhalfjaar zeer graag gegeten worden. Daaruit voortvloeiend is het begrijpelijk dat vele vogelliefhebbers en kwekers dit feit gebruiken als welkom bijvoeding voor de vogels omdat bijna alle in de natuur voorkomende bessen en vruchten zowel in verse als geconserveerde vorm (gedroogd of bevroren) veel vitaminen, mineralen en sporenelementen bevatten. Het begrip “vitamine” uit de desbetreffende literatuurgegevens komt van de Latijnse woorden “vita” (leven) en amine (stikstofverbindingen). Deze worden, om maar een voorbeeld te geven, in vitamine B en C, foliumzuur, nicotinezuur en pantothenzuur onderverdeeld. Alle genoemde zijn in water oplosbare zuren onderverdeeld. De in vet oplosbare vitaminen zijn de groepen A, D, E en K. Als vitamine drager van de eerste orde zijn bessen van duindoorn, lijsterbes, sneeuwbal. Zwarte vlier, Zweedse lijsterbes, mahonia, sleedoorn evenals de vruchten (rozenbottels) van de vele wilde rozensoorten. Zij bevatten o.a. levensbelangrijke vitamine C en de mineraalstoffen bijvoorbeeld kalium en calcium.

optischewerkinggg

Overzicht van de vitaminen:
Volgens de vakliteratuur zijn er 13 verschillende vitaminen die voor de eenvoud met letters worden aangegeven. De 13 soorten worden onderverdeeld in vetoplosbare en wateroplosbare groepen. Vetoplosbare vitaminen zijn: retinol (A), calciferol (D), tocopherol €, en phyllochinon (K). Wateroplosbare vitaminen zijn: thiamin (B1), riboflavin (B2), niacin (B3), pantothenzuur, biotin, foliumzuur (B11), cobalamin B12) en ascorbiniezuur (C). Met uitzondering van de vitamine C behoren alle wateroplosbare vitaminen tot de B groep. Ten aanzien van de functie in het vogellichaam zorgt vitamine A voor de opbouw van de botten, huid, slijmhuid, nagels, snavel, bloed en het immuunsysteem en vitamine D zorgt voor stevigheid van de botten, zenuwen en het immuunsysteem. Vitamine E is nodig voor gezond bloed, de bloedstolling, de doorbloeding en het vermogen om te kunnen zien, bovendien gaat het ontstekingen en verouderingsproces tegen. Vitamine K wordt gebruikt voor botopbouw, bloedreiniging, herstellen van wonden en conditie.

optischewerkingggg

Op deze plaats zou het te ver gaan om alle werkingen van de vitaminen uit te leggen. Belangrijk is echter vitamine C dat in vele bessen en vruchten zit. Het wekt gunstig op het immuunsysteem, bindweefsel, bloedvaatwanden en voor een sterke en gladde huid en bovendien voor een goed vermogen om te zien van de vogel. Thiamin (B1) is voor de zenuwen, eetlust, hart, spijsvertering en wondheling, koolhydraatstofwisseling en de cellenenergie bevorderlijk. Tevens heeft riboflavin (B2) een positieve werking op de huid, bevedering, snavel, vermogen om te kijken, groei, celstofwisseling, koolhydraten, eiwit- en vetstofwisseling. Niacin (B2) is nodig voor hersenstofwisseling, celstofwisseling, celenergie, werking van het hart, spieren en het bindweefsel. Het pantothenzuur (B5) zorgt voor de energieproductie, vitaliteit, preventief tegen ontstekingen, veropbouw en zorgt bovendien voor een gezonde huid en zenuwen. Het biotin (B7) wordt in het vogellichaam gebuikt voor de huid, bevedering, nagels, snavel, zenuwen, bloedsuikerspiegel, spieren, vet- en koolhydratenstofwisseling. Blijft nog over vitamine foliumzuur (B11) die de bloedopbouw, hersens en de groei, zenuwen, eetlust, maagdarmfunctie en de groei van veren, nagels, snavel positief ondersteunt. Afsluitend noem ik nog pyridoxin (B6) dat in het vogellichaam voor het immuunsysteem, de rode bloedlichaampjes, de zenuw-, hart- en spierprestatie, vermogen om te zien, bevedering-, nagel- en snavelgroei als ook de eiwit-, vet- en koolhydraatstofwisseling verantwoordelijk is. Voor de hersens en het zenuwstelsel, de vitaliteit, groei van de rode bloedlichaampjes en de botopbouw in het vogellichaam is mede vitamine cobalamin (B12) verantwoordelijk.

optischewerkinggggg

Welke bessen en vruchten zijn geschikt voor de verschillende vogelsoorten. De meeste van de bij ons voorkomende natuurproducten (bessen en vruchten) worden door lijsters en merels verteerd. Daar het vruchtbinnenste, de harde kern, in de regel weer onverteerd uitgescheiden wordt, dragen de vogels ook tot vermeerdering van struiken en bomen bij. Op te noemen zijn in dit verband de merels, kramsvogels, grote lijsters en zanglijsters. Als we in de winter bessen en vruchten aanbieden bij onze voederhuisjes dan komen de doortrekkende lijstersoorten, zoals beflijster en koperwiek op deze bessen en vruchten af. Bij de kleinere zangvogelsoorten gaat het voornamelijk om de gekraagde roodstaart en de zwarte roodstaart, roodborst en blauwborst, evenals de nachtegaal, die voor het vertrek naar zijn winterverblijf bessen van de kamperfoelie en van de vlier eten. Zelfs de spreeuw, in de zomer gespecialiseerd in regenwormen en emelten eten dan graag bessen van de lijsterbes en vlier. Grote zwermen spreeuwen, door mij zelf waargenomen, zijn in staat om in enkele uren een hele vlierstruik leeg te eten. Genoemd moeten nog worden de wintergasten: de pestvogels en notenkrakers die ook graag van deze natuurproducten eten.

optischewerkingggggg

Bessen en vruchten zijn ook voor vele duiven en hoenderachtige een waardevolle aanvulling op de voeding. Hier zijn het op de eerste plaats houtduiven, Turkse tortels en tortelduiven die bijzonder graag in de winter de geconserveerde (bevroren A.L.) natuurproducten eten. Eveneens zijn patrijzen en fazanten op deze bessensoorten gefixeerd. Aan te bevelen zijn bessen en vruchten in verse en geconserveerde vorm ook voor de houders en kwekers van hoenderachtige, deze vogels zijn ondersoort van fazantachtige en bewonen meestal Arctische regio’s, uitgezonderd de inheemse soorten zoals auerhaan, korhoen, sneeuwhoen en hazelhoen. Zij voeden zich in de regel met naalden, bladeren, knopjes, bessen, vruchten, beukennootjes en wilde kruidenzaden, die laag aan de grond groeien terwijl de kuikens van deze soorten voornamelijk insecten eten. Persoonlijk kan ik uit mijn kennissenkring berichten dat een hoenderkweker ongeveer 50 kilo bessen vruchten in de wintermaanden voerde die hij aan het eind van de zomer en herfst verzameld en geconserveerd had. Hij kweekte met groot succes korhoenders, sneeuwhoen en hazelhoen. Blijft nog over de vinkachtigen zoals, appelvink, goudvink, haakbek, boekvink, keep, groenling, barmsijs en elzensijs, die evenzeer graag bessen en vruchten in verse en geconserveerde vorm eten. Met voorkeur eten de genoemde vogels, afgaande op mijn eigen waarnemingen, de bessen van lijsterbes, vlier, sneeuwbal, hagendoorn, sleedoorn, sneeuwbes, vogelkers en kornoelje. Daarnaast kunnen ook de vruchten van de linde, eik, rode beuk, zaden van de ahorn, jeneverbessen, gedroogde wijndruiven alsook gedroogde zaden van de verschillende distelsoorten aangeboden worden. De distelzaden worden ook graag door putters en sijzen gegeten. De groenling vormt hierop een uitzondering, want deze vinkensoort is gefixeerd op de rozenbottels van de wilde rozensoorten. Met hulp van zijn sterke kegelvormige snavel opent hij de vruchten om zo aan de kern te komen. Hij verteert daarbij ook een deel van het vitaminerijke vruchtvlees. Kiemvoer is belangrijk voor de kweek. Vogelhouders en kwekers wil ik afsluitend nog op de mogelijkheid wijzen de gevederde vrienden gedurende de opfok het zo genoemde kiemvoer aan te bieden. De rede: vele vogelsoorten eten in de vrije natuur in de zomer en vroege herfst voor een groot deel half en volledig gerijpte wilde kruidenzaden. Als volwaardige vervanging kunnen de kwekers, die om verschillende redenen zelf geen wilde kruidenzaden kunnen verzamelen, hun vogels uit een verschillende zaden en korrels bestaande kiemvoer aanbieden. Ik heb daarmee zeer goede ervaringen bij de opfok van Europese cultuurvogels kunnen opdoen. Als basisvoer gebruikte ik het handels gangbare voer voor wilde vogels, dat ik met zonnebloempitten en hennep vermengde. Na het weken van de mengeling, na ongeveer 12 uur in water gestaan te hebben, wordt het voer gezeefd, vaak gespoeld en vervolgens 24 uur bij minstens 15 graden vochtig gehouden. Na verdere spoeling met helder water is het kiemvoer klaar. De dan zichtbare witte kiemen bevatten verschillende enzymen, koolhydraten, suikers, eiwitten, fosfaten, zetmeel en aminozuren. Ook zijn in het kiemvoer bijzonder vele en waardevolle vitaminen, mineraalstoffen en sporenelementen aanwezig, die bij de kweek van jonge vogels onontbeerlijk zijn.

Bij de foto’s:
1 – De vruchten (rozenbottel) van de Apple roos hebben een hoog gehalte vitamine C, A, B1 en B2.
2 – De bessen van de lijsterbes bezitten een hoog vitamine C gehalte. Ook bezitten ze Sorbitol, Caroteen, Sorbinezuur en para Sorbinezuur
3 – De kornoelje heeft in het vruchtvlees ook een hoog gehalte vitamine C. De steenvrucht is bij vogels erg geliefd.
4 – Duindoorn heeft een hoog gehalte vitamine C, bèta caroteen evenals looizuur.
5 – De bessen van de vlier bevatten vitamine C, B, fruitzuur en Flavonoiden