Het wereldwijde web van de Spinus

Nieuwe inzichten met betrekking tot het ontstaan van de Amerikaanse sijzen
Door A. Lemmens en Gerrit van Bergen.

Door dat men in de ornithologische wetenschap heden ten dage ook DNA onderzoek gebruikt, is men tot een andere conclusie gekomen over het ontstaan ( evolutionaire ontwikkeling ) van de Amerikaanse sijzen.

DNA onderzoeken om de onderlinge verwantschappen tussen de verschillende Amerikaanse sijzensoorten vast te stellen, hebben aangetoond dat, dat niet juist is zoals men tot nu toe heeft gedacht ten aan zien van het ontstaan van de Amerikaanse sijzen. De resultaten van deze DNA onderzoeken laten zien dat er binnen de Carduelis pinus groep drie afzonderlijke nauw verwante groepen te onderscheiden zijn: namelijk één Noord-Amerikaanse groep, één Midden-Amerikaanse groep, en één Zuid-Amerikaanse groep. De voorouder van alle Amerikaanse sijzen en de Elzensijs is de putter soort die voorkomt in Euraziasche, Carduelis carduelis parva. Een gedeelte van deze Euraziatische voorouders is miljoenen jaren geleden over de Beringstraat en via de Aleoeten of langs de Groenland route in Amerika beland. Uit de achterblijvers in Europa en Azië is onze Elzensijs geëvolueerd, terwijl in Amerika uit deze Euraziatische voorouder door evolutie de diverse andere Amerikaanse sijzensoorten zijn ontstaan. De heden ten dage gehanteerde stamboom ziet er schematisch als volgt uit;

HET WERELDWIJDE WEB VAN SPINUS
Met toestemming overgenomen uit ‘Vogelvreugd Oktober 2006.
Door Louis Gonnissen †.

W.W.W.spinus heeft me vele jaren bezig gehouden. De meest oorspronkelijke sijs die aan de oorsprong ligt van het hele genus Spinus is de dennensijs (spinus pinus). Spinus betekent doorn en verwijst naar de spitse doornachtige bek terwijl pinus staat voor pijnboom, dennen, sparren enz. Tegenwoordig spreekt men van coniferen, kegeldragers. De Dennensijs is kind van het enorme dennenwoud, de taiga, in Noord-Amerika en van de pijnboombossen overal in de Amerikaanse bergketens en op de hoogplateaus. Deze sijs bezit over heel het lichaam een zware bestreping, geen sierelementen om zo onopvallend mogelijk te blijven, verscholen in de bossen. Deze sijs heeft niet eens een geslachtsdimorfisme ontwikkeld en nauwelijks een gele vleugelspiegel. Maar bergen en eilanden hebben delen van de enorme populatie afgezonderd en zo ontstonden plaatselijke variëteiten, ondersoorten.

Wellicht de eerste sijzen die zich van de oorspronkelijke populatie dennensijzen afzonderden, warden Elzensijzen (Sinus spinus). Die zijn de Beringstraat overgestoken vanuit Amerika naar Azië. Ze trokken steeds verder door de taiga om uiteindelijk ook Europa te koloniseren. De wetensschappelijke benaming Spinus spinus (tweemaal hetzelfde) duidt erop dat we hier te doen hebben met de nominaatvorm wat betekent de eerste wetenschappelijk beschreven en benoemde vorm van het genus Spinus,
De mannetjes dragen een zwart petje op het hoofd en een zwart befje onder de kin. De wijfjes messen die versierselen, blijven sterk gecamoufleerd en gelijken nog erg op hun voorouders de dennensijzen. Zo ontstond een geslachtsdimorfisme dat nog afwezig was bij de dennensijzen.

Door afzondering is ook een populatie Guatemalasijzen ontstaan uit de Dennensijzen. Dat gebeurde in Mexico en in Guatemala, een land ten zuiden van Mexico. Hun verspreidingsgebied ligt schrijlings over de hoge bergrug die Noord- en Zuid- Amerika met elkaar verbindt. Boven op die bergrug leven ook Dennensijzen want daar heerst hetzelfde klimaat en dezelfde plantengroei (coniferen) als in Noord-Amerika. De wetenschappelijke benaming van de Guatemalasijs, atriceps, betekent letterlijk zwartschedelsijs. De schedel of cap van de man is gitzwart evenals de bef of baard onder de kin. Deze sijs bezit naast de zwarte vleugels en staart en de kleien gele vleugelspiegels een olijfgroene lichaamskleur, donker aan de rugzijde en licht aan de buik zijde. Het wijfje is fletser en valer gekleurd dan de man, maar met hetzelfde tekeningspatroon.

Het geslachtsdimorfisme is miniem. De groene kleur ontstaat zoals we weten uit de samenwerking tussen melaninen en carotenoïden. Zo te zien vertoont de Guatemalasijs wel gelijkenis met onze elssijs maar vertoont volgens de onderzoekers een intensievere kleur.

Wie de moed opbrengt te zwemmen in de evolutiestroom van het genus Spinus zal merken dat de evolutie van de sijzen niet verloopt naar de groene kleur zoals dat wel het geval is bij Chloris, de groenvink, en bij Serinus, de kanarie. In de evolutiestroom van het genus Spinus behouden de melaninen en de carotenoïden elk zoveel mogelijk hun afzonderlijke velden in het verenkleed bezet. Dat zal verder duidelijk blijken.

Uit de populatie Guatemalasijzen geraakten op verschillende plaatsen groepen sijzen afgezonderd. Die gingen eigen afzonderlijke populaties vormen van nieuwe ondersoorten. Zo geraakte de Andessijs (Spinus spinescens) afgezonderd in de bergen van Venezuela, Colombia en Ecuador. De nek en de rug zijn bruingroen maar de stuit is okergeel. De man draagt een gitzwarte pet, die bij het wijfje maar bruin en daarom nauwelijks of niet opvalt. De Andessijs is zeer nauw verwant aan de volgende soorten, de Yarrellsijs (Spinus yarrellii). Deze sijs komt speciaal voor op de hoogvlakten, anders gezegd de tafellanden van Colombia. Venezuela en Oost-Brazilië. Deze sijs vertoont duidelijk een uitbreiding van de gele carotenoïde over de borst en buikzijde, een sterke eumelanine en een ingekrompen zwart petje op de voorzijde van de schedel. De Baardsijzen (Spinus barbatus) vormen een afgezonderde populatie in de Andes van Chili en de aangrenzende berggebieden van Argentinië tot in Vuurland. De Baardsijs met haar uitgebreide, opvallende baard of bef onder de kin, wordt dikwijls aangezien als de tegenhanger van onze Elzensijs met kleine bef. De Baardsijs is ook scherper getekend en dieper gekleurd dan onze sijs.
Wie tot hiertoe aandachtig de evolutiestroom gevolgd heeft, kan zich akkoord verklaren met volgende stelling: “het lag voor de hand dat uit de Guatemalasijs ergens een nieuwe sijs zou ontstaan van een hoger echelon, een sport hoger op de ladder. Die nieuwe sijs is ontstaan midden in het verspreidingsgebied van alle sijzen als een stap voorwaarts uit haar voorouder die Guatemalasijs. Dat gebeurde in Mexico waar de nieuwe sijs en de voorvader nu samen voorkomen maar in afzonderlijke bergstreken”. Wetenschappelijk wordt de sijs Spinus notatus genoemd. Notatus betekent “sterk getekend”. En dat is ook zo. De nieuwe verworvenheden die we ook al opmerkten vooral bij de zijtak yarrellii, een versterkte carotenoïde en eumelanine met elk hun eigen velden in het verenkleed tekenen en tooien deze sijs. Haar Nederlandse naam: Zwartborstsijs (E. Black-haeded siskin, Fr. Tarin a poitrine noire, D. Schwartzbrustzeisig) is niet zo goed gekozen want de Zwartborstsijs gelijkt zeer sterk op de Magellaansijs (Spinus magellanicus), maar verschilt er duidelijk van door haar fijnere snavel. Beide geslachten bezitten hetzelfde tekeningpatroon maar het wijfje is fletser van kleur. Het is hetzelfde minieme geslachtsdimorfisme als bij de rechtstreekse voorouder, de Guatemalasijs.

De Zwartborstsijs (Spinus notatus) is een heel mooie sijs, soms te zien op de tentoonstelling en door de specialclubs wordt ze steeds meer in de kijker geplaatst. Spinus notatus heeft een nauwe verwant de Haitisijs (Spinus dominicensis) die afgezonderd leeft op het eiland Haïti. De naam dominicensis verwijst naar Santo Domingo en de Dominicaanse republiek. Deze sijs schijnt zo wat een tussenvorm te zijn tussen de Guatemalasijs en de Zwartborstsijs!

Na Spinus notatus volgen in de verdere evolutionaire ontwikkeling de zwartkopsijzen waarover al gesproken werd in de bijdrage Vogelvreugd 3/2006 p. 114-115. Het www. van Spinus strekt zich uit over heel Noord-, Midden- en Zuid-Amerika en door toedoen van onze sijs ook over de noordelijke streken van Eurazië. Blijft nog de voorstelling en bespreking van o.a. drie prachtige zwarte sijzen, de mysterieuze, aantrekkelijke Zwartmaskersijs en als toppunt van praal en pracht de Treursijs. Die zet de kroon op de evolutie binnen het genus Spinus.

stamboom 4


stamboom 2